Zelfvertrouwen kun je leren!

Dat klinkt makkelijk hè?

Zo makkelijk is het natuurlijk niet altijd, maar wat helpt is weten dat je iets kunt leren en als je gaat oefenen dat het dan steeds makkelijker wordt.

Kun jij je nog herinneren dat je voor het eerst iets voor een grote groep moest vertellen, je spreekbeurt bijvoorbeeld? Hoe was dat voor je? Vast heel spannend.

Zo had ik ook een leuke knul in de praktijk die dat ontzettend spannend vond. Zo spannend dat hij er van moest spugen. Toen ik hem vroeg hoe dat kwam bleek dat er allemaal gedachten in zijn hoofd zaten die hem niet erg hielpen bij een relaxed gevoel: “Dadelijk weet ik niet meer wat ik moet zeggen, ik maak vast een grote fout, ik krijg als enige een onvoldoende”. Zijn vader en moeder hielpen hem zoveel mogelijk en zeiden zoveel mogelijk dingen die zijn gedachten moesten ontkrachten: “Je kunt het best, en je krijgt vast een voldoende”.  Maar het waren nietzijn gedachten dus hij voelde dat ook niet zo. Eigenlijk kon hij er niets mee. Het deed zijn zelfvertrouwen geen goed.

We zijn samen aan het werk gegaan en hebben onderzocht wat angst nu precies is, hoe zijn lijf reageerde en wat hij dacht. Door er bewust van te zijn wat er gebeurde konden we samen ook gaan bedenken wat nodig was om anders te gaan voelen en denken. Dit konden we vervolgens gaan oefenen en alvast gaan fantaseren hoe het was als hij die spreekbeurt met vertrouwen kon doen. Hij had zelf een hele mooie helpende gedachte bedacht: “Niemand weet wat ik wil gaan vertellen , dus als ik een fout maak heeft ook niemand dat door.” Zijn eigen plan was ontstaan!

Met alle tools in handen en de hulp van moeder kon deze knul zijn spreekbeurt gaan doen. Je raad het vast al wel, hij haalde een dikke voldoende. Nog belangrijker was dat hij een beetje gespannen was maar er met vertrouwen in kon gaan. Een succeservaring die nog meer vertrouwen geeft voor de volgende keer!

Maandagavond 11 juni wordt er een gratis thema-avond verzorgd door Kindercoaches Gelderland in T Brewinc in Doetinchem. Je bent welkom vanaf 19:00 uur. We starten 19:15 uur en om ongeveer 21:00 uur zijn we klaar. Er is gelegenheid om na te praten. Meld je even aan via https://westachterhoek.biblio-shop.nl/activiteiten/9/all/alle-locaties/jeugd. Voel je welkom!

Een puber!! Wat nu??

Ik lag in het kraambed van mijn eerstgeborene, dag 2. Mijn moeder zat naast me en ik weet nog dat ik tegen haar zei: “Mam, ik heb zo’n enorme zorg om mijn kleine meisje”, in de hoop wat troost en bemoedigende woorden te horen. Mijn moeder zei: “Ach kind, dat gaat nooit meer over”. Bemoedigend was het niet, waar was het echter wel, weet ik inmiddels. Wat ik toen nog niet doorhad, was dat het proces van loslaten toen al was begonnen.

Als we het over pubers hebben, weten we dat we ‘ze moeten loslaten’, dat ze ‘op hun eigen benen moeten gaan staan’. Maar hoe doe je dat? Hoe laat je ze los en maak je ze zelfstandig en krachtig genoeg om hun eigen weg te kunnen gaan op hun eigen benen zonder dat je ze laat vallen?

Loslaten is een heel proces dat begint vanaf het moment dat ze de navelstreng die jou en je spruit met elkaar verbindt doorknippen. Het moment dat je je kindje loskoppelt van jouw lichaam dat tot dan toe het enige was die het bescherming gaf tegen die overweldigende boze buitenwereld. De eerste keer je spruit in andermans handen, een kraamverzorgster, bezoek, een arts. De eerste keer naar de oppas. De eerste keer stapjes zetten zonder jouw steunende handen. De eerste keer fietsen zonder zijwieltjes. De eerste keer alleen naar school. De eerste keer alleen naar de speeltuin. De eerste keer stappen. De eerste keer alleen met vrienden op vakantie. En zo zijn er nog honderdduizenden momenten waarop je je spruit steeds weer een beetje loslaat zodat het op eigen benen leert staan en ooit……..ja ooit jouw warm gebouwde nestje gaat verlaten.

Die kleine spruit gaat 12, 13, 14 lentes zien en was je ooit de aller allerliefste mama die er bestond? Ben je nu een ouderwetse saaie moeder die weinig goed kan doen. Alhoewel…. voor wasvrouw, kokkin, taxichauffeur, interieurverzorgster, persoonlijk assistente en verpleegster spelen ben je natuurlijk wel goed. Tadaaa…. Hotel mama is geboren en verder graag zoveel mogelijk onzichtbaar blijven… dat geldt trouwens ook voor vaders. Je zal je vast af en toe (misschien iets vaker) eens afvragen hoe je die tijd doorkomt. Één ding kan ik je verklappen. Je komt hem door! Aan jou de keus hoe.

Maandagavond 9 april vindt er in ’t Brewinc (bibliotheek Doetinchem) een thema-avond plaats: ‘Een puber in huis’. Kindercoaches Gelderland geeft je een kijkje in het puberbrein en je gaat naar huis met inzichten, tips, trucs, handvatten en een tas vol vertrouwen.

Voel je welkom. Laat even weten dat je komt (www.bibliotheekwestachterhoek.nl) dan zorgen wij dat de koffie klaar staat. Om 19.00 uur is de deur open.

PS: De entree is gratis!

Een herinneringskistje voor opa

Tom, een jongen van tien jaar, zit niet lekker in zijn vel. Hij kan zich op school niet goed concentreren, zit naar buiten te staren. Als kinderen om hem heen ruzie hebben, wordt hij boos en verdrietig. Hij klaagt er thuis over dat hij het op school niet fijn vindt. Als hij thuis is, denkt hij vaak aan zijn opa. Die is een half jaar daarvoor overleden. Zijn opa, zijn vriend, zijn alles. Praten over opa wordt in die thuissituatie wel gedaan, maar er wordt vooral gepraat over ‘hoe erg het allemaal is dat opa er niet meer is’. Tijdens de sessies met Tom komen we er samen achter dat Tom vooral herinnerd wil worden aan de leuke dingen van opa. Samen werken in de moestuin of iets moois maken van hout in de schuur. Opa was handig. Ook wil Tom graag dingen weten over het ziekbed van opa en hoe iedereen alles beleefd heeft, want daarvan kan hij zich niet veel herinneren.

 

 

 

 

 

We besluiten om een kistje van hout te maken waar Tom allerlei dingen van zijn opa in kan stoppen. Om het kistje te maken gaan we naar een opa, mijn vader. Tom vindt het geweldig om met zo’n opa-figuur iets te timmeren in de schuur. ‘ Net als met opa’, zegt Tom. En dat is nou net de bedoeling. De leuke dingen terughalen voor een beter gevoel over opa. Het kistje wordt vakkundig in elkaar gezet. Mooi hout wordt gebruikt, houtlijm wordt secuur op het hout aangebracht en spijkertjes worden netjes in het hout geslagen.

Ook wordt er een deksel gemaakt. Tom is superblij met zijn gedenkkistje voor opa. Hij versiert het geheel met stickers, zet er ‘ lieve opa’ op en doet er allerlei spullen in die met opa te maken hebben. Van zijn oma krijgt hij een brief. Daarin heeft ze allerlei verhaaltjes over opa geschreven en wat lieve woorden voor Tom. Ook doet hij er een van papier gevouwen vogeltje in. Opa kon die als de beste maken. Foto’s van Tom en opa krijgen ook een mooi plekje. Het is een prachtig herinneringskistje.

In de week erna bekijken we samen een filmpje over opa. Het is een filmpje van het tv-programma ‘ Bakkie Troost’. Daarin wordt de zus van Tom geinterviewd over opa. Opa is op dat moment al overleden en in het programma worden herinneringen aan hem opgehaald. De interviewer en de zus van Tom bezoeken ook het graf. Een indrukwekkend stukje film. Belangrijk voor Tom om te zien en te blijven herhalen, zodat hij zijn gevoelens kwijt kan. Een paar beelden van de uitzending worden als foto afgedrukt en vinden ook een plekje in de kist.
De familie van Tom praat steeds vaker met Tom over de leuke herinneringen aan opa.
Tom krijgt het idee dat hij aan opa mag denken en erover mag praten op een leuke manier. Hij voelt zich gehoord en gesteund in zijn rouwproces.
Een paar weken later spreek ik de moeder van Tom. De sfeer thuis is vrolijker, prettiger. Het gemis van opa is dagelijks voelbaar, maar er wordt weer meer gelachen en op een fijne manier aan opa gedacht. Tom is rustiger, open. Soms gaat hij naar zijn kamer en pakt hij het herinneringskistje van opa. Dan leest hij de brief van oma over opa, bekijkt het vogeltje en de foto’s. Daarna zet hij het kistje weer boven zijn bed en loopt hij opgelucht de huiskamer in.

Opa is er niet meer, dat is verdrietig en naar. Maar het leven gaat door en het leren omgaan met verlies kun je leren. Ook als je jong bent.

Ellis Wassink

Mijn Citoscore loog er niet om

Ik kon net naar de MAVO. Nou was de basisschool al niet mijn favoriete tijd maar de MAVO was zowaar nog veel erger. Uit boeken leren was een worsteling. Het bleef maar niet in mijn hoofd zitten, terwijl ik het zeker wel begreep. Steeds weer kreeg ik proefwerken waarvan ik de vraagstelling lastig vond of niet meer wist of ik nou die ene formule moest toepassen of toch die andere. Gelukkig was er die leerkracht Engels die in mij geloofde en mij uitdaagde door een weddenschap aan te gaan met als beloning een witte reep chocola. Ik haalde met de hakken over de sloot mijn MAVO diploma maar wel op D-niveau. Meneer Eggenhuizen kreeg zijn reep chocolade en ik mijn diploma.

Na de MAVO ging ik naar het MBO en het onvoorstelbare gebeurde, ik begon het leuk te vinden. Ik haalde de ene acht na de andere en soms zelfs negens en tienen. Hoe kon dit nu?? Echter mijn faalangst was al lang daarvoor geboren en niet zomaar verdwenen, net zo min als mijn lage zelfbeeld dat mede daardoor was ontstaan.

Nu, 26 jaar nadat ik mijn MBO diploma heb gehaald, begrijp ik heel goed wat er allemaal fout is gegaan in mijn schooltijd en waarom het ineens veel beter ging. Wat had mijn schooltijd en daarmee waarschijnlijk ook mijn zelfvertrouwen er anders uitgezien als ik toen had mogen leren op de manier die ik nodig had en die bij mij paste. Gelukkig ben je nooit te oud om te leren 😊

20171012_203137

Mindmappen is 1 van de manieren die ik toen geweldig had gevonden om te gebruiken en waardoor ik lesstof veel makkelijker had kunnen onthouden. Verschillende kinderen in de praktijk maar ook mijn eigen kinderen hebben hier al kennis mee mogen maken en hoe mooi als kinderen merken dat deze manier gewoon werkt en ook nog eens het leren veel leuker maakt. Want hoe saai is het leren uit een boek als je ook een mooie tekening kunt maken en het dan daarna gewoon gelijk in je hoofd zit.

Woensdag 25 oktober organiseert Kindercoaches Gelderland een workshop mindmappen voor kinderen en ouders. Is jouw kind een doe-/beweeg-/creatief kind of lijkt zijn manier van leren niet het juiste effect te hebben, meld je dan samen aan voor de workshop bij Karen of Martine (06-31957152 of 06-10874349 of via info@kidswijs.nu )

Een leven lang leren

Wist jij dat de manier van leren lopen iets zegt over de manier van leren van je kind?

Je hele leven leren, dat is voor veel mensen niet echt iets waar ze blij van worden.
Vraag het aan een gemiddelde scholier en waarschijnlijk krijg je een meewarige blik en een zware zucht als antwoord..…echt niet! Na school is het leren wel even klaar.

Toch is je hele leven leren helemaal niet zo erg als het op het eerste gezicht lijkt, immers: ‘je bent nooit te oud om te leren’! Vaak wordt gedacht dat leren alleen op school gedaan wordt, maar ook daarvoor en daarna leren we.

Neem nou het leren lopen; eerst deed je gewoon wat loopbewegingen in de lucht, later bleek dat deze bewegingen goed van pas kwamen toen je je bijvoorbeeld vasthield aan de box. Weer later ontdekte je dat je aan de hand bij iemand ineens een stuk verder kon lopen om vervolgens, binnen de kortste keren, gewoon zelf aan de wandel te gaan…

In bovenstaand stukje zijn eigenlijk alle leerfasen genoemd; eerst min of meer per ongeluk ontdekken dat je iets kunt, daarna oefenen met hulp (van iets of iemand) om het daarna gewoon zelf te kunnen. Niet elke fase duurt even lang en niet elke fase is even intensief. De één neemt alle tijd om met de benen loopbewegingen te maken terwijl de ander heel wat stappen zet in de box. De één vindt het heel fijn dat er veel geoefend kan worden, de ander houdt die fase het liefst zo kort mogelijk. Iedereen leert lopen op zijn of haar manier en in zijn of haar tempo, maar uiteindelijk heb je het letterlijk onder de knie gekregen!

Bij het leren op school ga je ook telkens door deze leerfasen, al ben je je dat niet altijd bewust.

Leren door iets zelf te ontdekken…
Leren doordat iemand het voordoet.
Leren door te oefenen.

Zo heb je langzaam maar zeker (want fouten maken mag en de tijd ervoor nemen ook) er weer iets bij geleerd. Zodra je in die fase bent beland, ben je bewust bekwaam. Je hebt iets geleerd, je weet dat je het kunt en je kunt het ook toepassen.

Net als leren lopen…!

Boosheid

‘Ben je boos
pluk een roos,
zet hem op je hoed
dan ben je morgen weer goed!’

Was het maar zo simpel; door een roos op je hoed te zetten je boosheid weer kwijt zijn… Dit rijmpje (uit mijn jeugd?!) kwam bij mij boven borrelen toen ik aan mijn blog over boosheid begon.
Net als blij, verdrietig en bang is boosheid een gevoel dat iedereen zal hebben en herkennen. Zeker in de afgelopen tijd zullen volwassenen zich ook boos gevoeld hebben, een gevoel dat niet altijd echt geuit wordt, maar nu massaal zichtbaar werd in binnen- en buitenland.
Het gevoel boosheid gebruik je als er over jou grens gegaan wordt; door boos te worden/zijn kom je voor jezelf op. Hiermee geef je de ander dus ook een duidelijk signaal ‘tot hier en niet verder!’

Kleine kinderen zijn hun grenzen nog volop aan het ontdekken en kunnen behoorlijk boos worden als ze hun zin niet krijgen (wie kent de scènes in de supermarkt niet…) Langzaam maar zeker ontdekken peuters en kleuters dat er regels zijn en dat je niet altijd je zin kunt krijgen. Het boos-zijn wordt minder ‘explosief’, maar het gevoel boosheid verdwijnt (gelukkig) niet!

In mijn praktijk krijg ik nogal wat kinderen die het lastig vinden om hun boosheid te uiten. De één ‘explodeert’ bijvoorbeeld bijna als er iets gebeurt op het schoolplein, de ander gedraagt zich juist op school voorbeeldig, maar heeft thuis woedeaanvallen.
De oorzaak hiervan kunnen verschillend zijn, toch wordt door mij wel altijd benadrukt dat boosheid een gevoel is dat erbij hoort en nuttig kan zijn.
Door samen met het kind na te gaan waar het gevoel vandaan komt (welke grens wordt er bij jou over gegaan?) kun je het als kind beter herkennen en daarmee ook de manier van boos-zijn aanpassen.
Het helpt kinderen om hun boosheid zichtbaar te maken; bijvoorbeeld met je ogen dicht het boze gevoel tekenen, of een woedethermometer invullen.
Door helder te hebben wat hun zo boos maakt en hoe ze hier anders op kunnen reageren, kunnen kinderen leren omgaan met hun boosheid. Mensen in hun omgeving (bijv. ouders en leerkrachten) zijn hierbij belangrijke hulptroepen. Zij kunnen het kind helpen door rustig te reageren en helpen bij het vinden van een vorm waar de boosheid wel geuit kan worden (bijvoorbeeld een kussen ter beschikking stellen waar even flink tegenaan gebokst kan worden..)

Dit helpt vast beter dan alleen die roos op je hoed 😉 !

Parents got Talent

Stel je voor:

Je doet als ouder mee aan de talentenshow ‘Parents got talent!’
Op de draaistoelen zitten bekende kinderen als juryleden;…. je eigen kinderen met hun vrienden.
De presentator (…) praat je nog wat moed in vlak voordat je op moet, de zenuwen gieren door je keel;
want wat als er straks geen enkele stoel omdraait, dan sta je er als ouder mooi gekleurd op;
geen talent voor opvoeden!
Met bibberende knieën loop je het podium op, door je hoofd flitsen er nog allerlei opvoedtips van dr. Spock, Jo Frost,……

Je voelt de schijnwerpers op je gericht, de muziek zwelt aan, en het zweet breekt je uit, je schraapt je keel en denkt bij jezelf; ‘waarom wilde ik eigenlijk mee doen met dit programma?’
Dan wordt het stil, alle aandacht is op jou gericht en je bent op slag je tekst kwijt! Wanhopig kijk je om je heen, je zoekt oogcontact met iemand die je kent, maar je bent verblind door de schijnwerpers. Het publiek zit vol verwachting te kijken naar wat komen gaat, je hoort hier en daar een zacht gegrinnik, de moed zakt je in de schoenen…
Dan zie je ineens een bekend gezicht en je krijgt een knipoog die jij interpreteert als; ‘Kom op je kunt het!’
Je slikt nog een paar keer en springt voor je gevoel in het diepe…

‘Vijftien jaar geleden werd ik door de geboorte van ons kind ineens een ouder, een hele nieuwe ervaring, want tot die tijd was ik alleen verantwoordelijk voor mijn eigen
doen en laten. Vanaf de geboorte (en eigenlijk al negen maanden daarvoor) groeide er een besef van verantwoordelijk zijn voor iemand die zonder mij niet kon leven.
Met vallen en opstaan, met blunders en toppers, met een traan en een lach, maar vooral met heel veel liefde worstel ik me door het fenomeen opvoeden heen.’

Bam!! Je schrikt ervan als de eerste jurystoel omdraait en je in het lachende gezicht van je kind kijkt; jouw avond kan niet meer stuk! Al win je niet de hoofdprijs en komen er nog massa’s kritische opmerkingen, jij mag door naar de volgende ronde van ‘Parents got talent!’

Hooggevoeligheid en de anti-aanbaklaag van TEFAL

Wat waren we blij toen we een pan met anti-aanbaklaag kregen. Een TEFAL.
Geen gedoe meer met grote hoeveelheden boter in de pan in de hoop dat je vlees niet aanbakte. Nee, een heuse TEFAL. Met weinig Croma of olie kon je je vlees prachtig goudbruin maken. En dat kwam allemaal door die anti-aanbaklaag. Een dun laagje teflon voorkwam aangekoekte aardappels en zorgde voor meer bak- en braadplezier.

En juist die anti-aanbaklaag van TEFAL kunnen hooggevoelige mensen ook gebruiken. Huh? Ja, niet letterlijk, maar figuurlijk. Want mensen die hooggevoelig zijn moeten zich kunnen beschermen tegen negatieve ervaringen (net zoals de aardappels die niet zwart willen worden en de slavink die knapperig bruin wil zijn).

tefalpan

Maar waarom juist hooggevoelige mensen?
Omdat hooggevoelige (ook wel hoogsensitieve) mensen een gevoeliger zenuwstelsel hebben, waardoor ze prikkels van binnenuit en buitenaf grondiger verwerken. Deze mensen (20% van alle mensen) zijn gevoeliger voor emoties, pijn en plezier en worden gemakkelijker overweldigd door geluiden, geuren, visuele en tactiele prikkels in hun omgeving.

Door hun openheid komt negativiteit harder binnen en hierdoor kunnen deze mensen niet goed in hun vel komen te zitten. En dan zou zo’n beschermingslaagje tussen ‘ de wereld’ en henzelf heel handig zijn.

Wat kunnen deze mensen dan doen om zo’n TEFAL-laagje te krijgen?
Allereerst is het nodig dat ze hun eigen kern versterken, zodat ze meer zelfinzicht en zelfvertrouwen krijgen. Daarnaast is het vinden van een dagelijks juiste balans een tweede belangrijk item. Dit kan o.a. door in- en ontspanning goed af te wisselen. En als laatste is het goed om de juiste maat in dingen te vinden. Een goed basisritme op een dag en af en toe een uitspatting.

Is dat alles? Nee, net zoals een TEFAL-pan wel eens kapot gaat, omdat het teflon loslaat, moet een hooggevoelig persoon ook af en toe de balans opmaken en weer even ‘ resetten’. Even weer tot rust komen, opnieuw beginnen en nieuwe activiteiten uitproberen om weer basisrust te krijgen. En als dat lukt, wordt het TEFAL anti-aanbaklaagje steeds een beetje dikker en kan negativiteit beter tegengegaan worden.

En laten we vooral hopen dat de TEFAL anti-aanbaklaag nog lang zal bestaan, voor in de keuken, maar ook voor de hooggevoeligen onder ons!

Groeten van Ellis Wassink

Denken in beelden

OOHHH….. dus ik ben niet dom???!!

Dat gaat je toch door merg en been als je een kind dit hoort zeggen?

In mijn praktijk hoor ik het geregeld. En eigenlijk gaat het altijd om kinderen die een andere manier van leren hebben dan een hele grote groep andere kinderen. Deze kinderen noemen we meestal ‘beelddenkers’ maar ook termen als ‘visueel denksysteem’, ‘rechtsgeoriënteerde denkstijl/leerstijl’ worden hiervoor gebruikt. Dit zijn vaak de kinderen die lees- of rekenproblemen hebben, die afwezig zijn of zich slecht kunnen concentreren, die clownesk of boos gedrag vertonen, die adhd/autisme hebben of hoog-sensitief zijn. Beelddenken is meer dan een goed voorstellingsvermogen hebben, het is visueel-ruimtelijk denken. Beelddenken is een leerstijl en daarmee de manier waarop informatie wordt verzameld, verwerkt, opgeslagen en weer teruggehaald.

images-ik-ben-niet-dom

Pas kreeg ik nog het rapport doorgestuurd van een trotse moeder van zo’n beelddenkertje dat bij mij in de praktijk een traject heeft gevolgd. Twee Jaar geleden had deze moeder niet durven dromen dat haar spruit het zo goed zou doen op het voortgezet onderwijs en zo lekker in zijn vel zou zitten. Hij was namelijk de clown in de klas tot grote frustratie van zijn juf en ouders. Ook zijn resultaten voor lezen en taal waren nou niet echt om over naar huis te schrijven en daardoor was zijn eigenwaarde ook een stuk lager dan wenselijk was. Nou hoor ik je bijna denken; “wat is er gebeurd in die tussentijd?”

Daar kan ik kort over zijn…Hij is erachter gekomen dat hij zijn visuele denksysteem voorrang geeft en wat dat voor hem betekende. Daardoor konden we manieren bedenken die voor hem helpend waren om informatie op te slaan. Samen met zijn leerkracht konden we nu kijken wat voor hem nodig was om in de klas op een rustige manier te werken zodat hij zich optimaal kon ontwikkelen.

Met vriendelijke groet,

Martine